Gut purim, gut purim, mein liebelei.
Weiss wat man unter gut purim versteiht.
Gut purim in ne guten Sinn, schmeiss mal was in mein Sdckeltje hin.
Dan hadden we zakken bij ons, of manden liever gezegd, en als we dan ’s avonds thuiskwamen, we waren met zes kinderen, hadden we een kist vol sinaasappelen. Toen ik geboren
Van de Kamp in zijn „stoute” jongensjaren.
werd, was Elzas mohel. Zijn vrouw was Gevatterin. Als ik met Poerim bij Elzas kwam, kreeg ik van hem een gulden voor mijn verjaardag. Toen ik barmitswe werd kreeg ik een horloge. Dat hebben de Duitsers me afgenomen.
Mijn oudere broer en ik zaten voor de oorlog in het dansvak. Door het hele land, dat wil zeggen in Gelderland en de helft van Overijssel gaven wij dansles. We waren opgeleid op een dansschool in Osnabrück en ik had ook nog een half jaar les