graven, maar er waren er nog meer: in de Dijkstraat, die heb ik naderhand helpen overplaatsen, de begraafplaats op de Oostzeedijk, die is er nog, dan was er een begraafplaats op Krooswijk, bij de niet-joodse begraafplaats, en dan waren er een paar kleine begraafplaatsen waar niet meer begraven werd, maar die toch onderhouden moesten worden. Op Delfshaven, Oud-Beijerland, Geervliet, Lekkerkerk. Later waren er nog een aantal begraafplaatsen, die ik niet onderhield, maar waar ik wel naar toe ging om te controleren of ze goed werden onderhouden.
Ik kwam dus op Toepad in 1938 en op de lewajes (begrafenissen) kwam ik al die reizigers tegen. Ik kende ze natuurlijk allemaal van vroeger. Als er een lewaje was kwamen er minstens honderd mensen, van wie ik er vijfentwintig kende. Later kende ik elke Rotterdammer, want in de dertig jaar dat ik daar werkte is er in ieder gezin in Rotterdam en omstreken wel iemand overleden en begraven.
Ik maakte helemaal geen onderscheid tussen rijk en arm, voornaam of niet voornaam. Er waren in Rotterdam twee klassen, first class en doodgewone klas. Ik heb alle klassen afgeschaft. Als je binnenkwam op Toepad lagen de arme mensen rechts. Aan die kant hadden ze kleine matseiwes. Aan de linker kant lagen de rijke mensen. Met grotere, mooiere matseiwes. In de oorlog heb ik iedereen door elkaar gelegd. En ook degenen die zelfmoord hadden gepleegd. Voor de oorlog was het de gewoonte van joden en niet-joden om mensen die zelfmoord hadden gepleegd apart te leggen. Maar ik zei tegen de rabbijn: „Waarom mag je wel pijn in je buik krijgen en geen pijn in je hoofd. De mensen die zelfmoord plegen zijn een paar dagen krankzinnig, daar kunnen ze niets aan doen.” Daar heb ik wel vaak twisten over gehad. Doordat ik in de oorlog helemaal alleen op Toepad zat kon ik de klassen afschaffen. Na de oorlog konden vooral de orthodoxe kerkeraadsleden mij daar niet zo bijzonder om waarderen. Mr. Levie, de voorzitter van de joodse gemeente wel. Die vond het prachtig. Die zei: „Zo hoort het ook. Leg mij maar tussen de arme joden neer. Ik hoef niet zo vooraan.” Dat is ook gebeurd.
Die scheiding tussen arm begraven en rijk begraven had je