ingedeeld bij joden in Antwerpen. De orthodoxen bij de orthodoxen, de minder orthodoxen bij de liberalen. In de padvinderij zaten niet alleen orthodoxen, vrijen waren er natuurlijk ook in. Dus dat werd besproken: die gaat bij die familie over Sjabbes, die bij die familie ... Ik was bij een familie Pressel in de Hovenierstraat ondergebracht.
U kunt begrijpen: toen wij vrijdagavond allemaal in pad-vindersuniform in sjoel kwamen, stond die sjoel op zijn kop. Een joodse padvinderij op vrijdagavond in sjoel hadden ze nog nooit meegemaakt.
Koken in het kamp deden we zelf. Om het koosjer te houden hebben we de hele week milchtinge gegeten. Vlees was te moeilijk. Terwijl de andere jongens weg gingen bleven er een paar achter om te koken.
We hebben ook wel eens een kamp gehad in Scheveningen zelf. Zo’n enkele dag. Dan kwamen de jongens meestal mee naar ons huis. Hongerig natuurlijk. We woonden toen in Den Haag. Een keer hadden we matzes over van Pesach. Toen heeft mijn moeder voor al die jongens, zo’n dertig, vijfendertig joodse padvinders, matzes zitten smeren.
Hasjoriem was niet erkend door de gewone padvinderij. De gewone padvinderij heeft een lelie op de hoed. De lelie is het oorspronkelijk embleem. Maar in plaats van de lelie hadden wij een mogen dovied op onze hoed. De hele wereld had een lelie, maar alleen de joden hadden een mogen dovied. We hadden wel de padvinderswet en ,,Een padvinder is rein in gedachte, woord en daad” namen we natuurlijk wel over, maar in plaats van te zeggen: Aan volk en vaderland, zeiden wij: Aan het joodse volk. Toen voelden we al dat er uiteindelijk een Israël zou komen.
Hasjoriem was een van de weinige zionistische organisaties, ’s Morgens vroeg werden alle jongens in carré opgesteld en dan werd langzaam de vlag met de mogen dovied gehesen. Gezongen werd het Hatikwa. Het was echt wat je noemt een joodse padvinderij. Voor die tijd was dat iets heel bijzonders. Er zaten veel Belgische jongens in. Door de oorlog zaten hier toen veel Belgische joden.
We kregen een enkele keer bezoek van een niet-joodse leider van de padvinderij. Eén hopman hield een redevoering die