niets zeggen. Maar kwalitatief waren de joden in de uiterst linkse beweging oververtegenwoordigd. Ze hadden relatief een zeer grote intellectuele invloed. In de OSP had je Jacques de Kadt, Sal Tas, Neeter, Sjenitzer. In de Communistische Partij zat natuurlijk een man als Wijnkoop, een zekere Por-celijn en een Wurms of Worms. Die beide laatsten waren orthodox opgegroeid, maar waren dat later zeker niet meer. Ook toen had je gradaties in de wijze waarop men zijn jiddisj-kat beleefde.
Er was in het Amsterdamse jodendom een hele kleine groep orthodoxen. Ik ben er indertijd over aangevallen, dat ik in een interview met Philo Bregstein gesproken heb van vijfennegentig procent a-religieuze joden. A-religieus is in wezen een verkeerde uitdrukking. Hoogstens kan je zeggen, dat negentig tot vijfennegentig procent van de Amsterdamse joden niet praktizerend was. Hun hele joodse leven bestond uit beries miele, soms een barmitswe, maar een zeer groot aantal is beslist geen barmitswe geworden, dan de choppe, en ze werden begraven op een joodse begraafplaats. Dat was de enige band die het grootste deel van de Amsterdamse joden met het jodendom had. Met het praktizeren van wat wij noemen: jiddisjkat.
Waar het om gaat echter is: Als je alle plaatsen in alle sjoelen in heel Amsterdam in het begin van de twintiger jaren bij elkaar optelt, toen er zeventig duizend joden in Amsterdam woonden, dan kom je op vier-, vijfduizend sjoelplaatsen. In alle sjoelen, met de chewresjoeljes en alles en alles erbij. Want die chewresjoeljes moet je ook niet zien als kapitale huizen. Als het een grote chewresjoel was gingen er zestig a zeventig mensen in. Als er veertig chewresjoelen waren waren dat er samen drieduizend. Met de grote sjoels erbij geteld kom je toch hooguit op vijfduizend plaatsen, maar dan heb ik het zeer naar boven toe getaxeerd. Dan zeg ik: Waar waren die zeventigduizend joden op Jom Kipper en Rosj Hasjone. Op een bepaald moment zaten ze op Jom Kipper bij Tuschinski. In een kleine mediene kille was er een jiddisjkat waaraan Amsterdam niet aan tippen kon. Kon en kan. Uiterst klein was het percentage joden dat werkelijk contact met de rabbijnen had. Die rabbonem kwamen niet bij de massa, zeker niet