kolofon
een vrijdenker zei tot gebiha de zoon van pesisa / gij dwazen die aan een opstanding gelooft / alles wat leeft sterft en het gestorvene zou weder leven ? gebiha antwoordde / gij dwaas die de opstanding loochent / ik zeg u dat wanneer reeds iets kan leven dat voordien niet bestond / waarom zou dan niet opnieuw kunnen leven iets dat reeds heeft bestaan
naar de babylonische talmud
troctaaf sanhedrin folio 91
als alle doden wederkeren / zal er geen plaats genoeg zijn zeggen sceptici / onzin /voor ons is er toch ook geen plaats
115