weerzien met stad/winter ’84
haar onvergeten binnenstad voelt in de regen kil en nat zij lijkt een onderkoelde vrouw die ligt te rillen in haar bad
vervreemd maar met haar lot begaan heb ik haar een mantel omgedaan zo saam onder mijn paraplu
zijn wij vereend haar diep geheim weer ingegaan
mijn eeuwenoude binnenstad op stille schoonheid terecht prat en ik — mij van de tijd bewust die gulzig aan ons beiden vrat
115