,,Mijn jeugdherinneringen, de onuitputtelijke bron van mijn ontroeringen, zijn in synagoge-deunen als geconserveerd.”
Carry van Bruggen Hedendaagsch Fetischisme, 1925.
„bron van mijn ontroeringen})
vrouger/vogelwaaide ól gezang zèt die in ’t zoad geluudn gonzn as gelaaide sjoele slagt de moat
112