Een Vrijdagavond in de winter — de storm jaagt over de lage huizen.
Het grote gebouw baadt in een zee van licht. Het gebouw van het onderwijsinstituut — het centrale instituut voor het middelbaar onderwijs van de leden dezer kibboetsinrichting.
Vanavond zal de bijeenkomst gewijd zijn aan „De Winter.”
Langs de wanden van het ruime lokaal waren reproducties aangebracht waarop afbeeldingen van de winter door meesters uit alle tijden.
De jongens en meisjes bekeken met aandacht de
afbeeldingen. Er waren er meerderen die er veel begrip voor hadden.
Een van hun „onderwijsvakken” is appreciatie van kunst.
Er werd gedeclameerd — gedichten en proza met de winter als onderwerp. Het koor zong — het fluit-
orkest speelde.
Maar het treffendste was het ballet.
Zowel de voordracht als de indruk van het jeugdig publiek was verbluffend. Ik geloof niet dat men in Nederland dit geheel voor en door jongens en meisjes van 12-16 had kunnen uitvoeren.
Ik heb het onderwijs in het instituut gezien. Het is naar onderwerpen en begrippen en niet naar vakken ingericht. Maar vooral is het op zelfwerkzaamheid en op een voortdurend contact met de levende natuur ingesteld.
De leiders en onderwijzers horen bij de jeugd. Zij leven met hen mee en zijn er altijd voor raad en bijstand. Er zou een boek te schrijven zijn alleen al over
135