wettige vrouw en kinderen, ’s middags eet hij bij haar en ’s avonds weer thuis. Dit alles weet de wettige vrouw. De verpleegster zegt, dat de vrouw ongeneeslijk krankzinnig is, wat absoluut niet waar schijnt te zijn. Is dat niet een drama, zoals er erger haast niet bestaat? (...) Gisteren praatte ik er met Oma over, die het ten strengste afkeurt onder het motto ‘je moet kiezen niet delen.’ Zoals ik uit haar woorden opmaak geeft ze hem de schuld. En toen moest het er wel uit. “Mevrouw, ik geloof dat het uiteindelijk toch de vrouw is." Wat ze haast niet de moeite waard vond om op in te gaan, “Want," zei ze “als weduwe zijn er altijd mannen die je willen troosten." Ja, dat zal wel, maar uiteindelijk ligt het toch in de hand van de vrouw of het wel of niet doorgaat. We praatten er verder niet over, want ze had zo echt het air van ‘ach kind, wat weet jij daar nou van. ’Het is zo een typische vrouw, zo geheel en al vervuld van zichzelf, dat het moeilijk is met haar samen te leven. Je weet, dat ik van begin af aan een antipathie had tegen haar, vanwege haar uit de hoogte doen, hoewel ik haar tegelijk aardig vond. Zo is het denk ik: ze is aardig in de omgang, vriendelijk, beleefd, gezellig, maar ontzettend zelfingenomen en daardoor vanzelf tegenover iedereen uit de hoogte. Ze praat zo ontzettend vlug, veel en hard, dat ik haar nooit kan volgen en steeds hoofdpijn krijg. Natuurlijk gaat het altijd over haarzelf. (...) Als ik een enkele keer uit beleefdheid ook iets zei viel ze me óf in de rede met gauw, gauw een eigen verhaal of ze luisterde helemaal niet. Maar met mijn gezwollen voeten en het bedorven boek (het was gelukkig water) was ze toch reuze belangstellend. En haar fiets, die ze me uit zichzelf heeft aangeboden. De eerste dag, Zondag, ging ik hem in Wassenaar halen, fietste toen het dorp in en kwam bij een bord met Noordwijk, maar nauwelijks een meter verder een lekke band. Toen met de lekke band helemaal teruggereden naar het viaduct waar ik hem kon laten repareren. Vandaar uit naar Rijswijk, daar langs een mooie weg de hele middag rondgetoerd, toen even in het Zuiderpark een kijkje en naar huis. Weetje, dat was toch wel fijn, die dag en als ik weer naar huis ging, had ik ook echt het gevoel ik ga naar huis, het eten is klaar (hoewel het altijd nog in de maak was). Ik voelde me net zo onbezwaard als vroeger thuis. Nu heb ik ook gemerkt hoe zwaar de verantwoording van zoveel hier op me drukt, want Roos draagt haar niet meer alleen, een groot