Na de strenge winter met onze kleurloze warme maaltijden snakten we naar groene groenten. Rudolf, sinds enige tijd weer aan een nieuwe uitdaging toe, bedacht een meesterplan. ‘We’ zouden onze eigen groente gaan kweken met Roos als adviseur (vanwege de tuinbouwopleiding) en hemzelf als hoofduitvoerder. Wel waarschuwde Roos met klem voor de onvruchtbaarheid van de zandgrond in het bos en in het bijzonder in Drenthe, maar Ru was niet meer te stuiten. Terzijde van onze Wigwam bakende hij een stuk grond af, daar waar volgens hem de combinatie van zon, wind en schaduw de beste vooruitzichten bood voor de groei van de gewassen.
Met frisse kracht begon hij de harde grond zo diep mogelijk om te spitten, op de voet gevolgd door Folkert met zijn miniatuur-schop. Roos bleef sceptisch. Waar dacht-ie dan de onmisbare mest voor zijn moestuin vandaan te halen? De boeren in de omtrek, tevreden met een luttel stukje grond bij huis voor hun anderhalve groentezaad, zouden hem vierkant uitlachen om zijn moestuin in wording; zeker zouden ze hem niets van hun eigen onvervangbare mest daarvoor afstaan. “Die heb ik ook niet nodig!” gaf Ru deze keer lik op stuk.
Een paar dagen later - de kinderen waren naar bed, Rudolf naar zijn werkplaats en Roos en ik zaten vredig bij het raam te lezen - verzuchtte ik ineens: “Roos, ruik je dat? Het lijkt wel of ons huisje aan de wandel is.” Roos ademde even diep in en vloog gelijk naar buiten, ik in haar kielzog. En ziedaar, voor onze knipperende ogen Rudolf in overall, vloekend en tierend, een soort plank op zijn schouders en daarop de ton uit de diepte van ons toilet. Het was geen gezicht, des te meer geur. Gierend van het lachen bleven we op afstand als aan de grond genageld staan.
Het hoeft geen betoog dat deze ‘verse’, door Ru over zijn moestuin in wording verspreide, mest tot diep in de nacht onze neuzen bleef kwellen; om nog te zwijgen van Rudolf zelf die pas na een uitgebreide schrobbeurt bij de pomp, met achterlating van zijn overall in de werkplaats, door Roos werd binnengelaten. Gedurende een week of zo herhaalde hij deze voorstelling