REINHEID
Ver van onze nederige wereld, reikend uit de natheid van de regens zijt gij bloeiend, hemels braambos, godenplant,
met Uw wortels in het ijzig niets.
In de eeuwigheid fonklen met kuise
glans Uw bloesems, sterren, sterrenbeelden, —
puur gelijk een gouden straal
vloeit het stoflijk zwijgen
in de donkre wake onzer nachten.
’loe is ons oor van het rumoer des daags,
geen steen, waaraan geen mes geslepen is,
geen leugen, die de tong niet heeft gescherpt. —
Zegen ons dan, braambos
met Uw licht, Uw waarheid en Uw vrede.
Chajiem Lensky