Hier kon een punctum staan.,.......
STARING.
Op een bespreking, gehouden op 12 November 1947 tussen zes leden van het voormalige Dagelijks Bestuur van het N.R.K. enerzijds en de pakkettencommissie anderzijds, is aan eerst-genoemden de gelegenheid geboden hun bezwaren kenbaar te maken tegen het rapport van de pakkettencommissie, alvorens dit aan de pers ter publicatie zou worden aangeboden. Bij deze gelegenheid werd aan de commissie verzocht om de conclusies in het Rode Kruis-rapport te wijzigen of, in geval dit niet zou geschieden, een schriftelijk protest in het rapport als bijlage op te nemen.
Na dit protest en de mondelinge toelichting daarop gehoord te hebben heeft de commissie gemeend niet aan deze verzoeken te kunnen voldoen. Echter is aan de zes voormalige bestuursleden de raad gegeven om, in geval zij zelf tot publicatie van hun protest zouden overgaan, eerst dit geschrift op enkele punten grondig te wijzigen, daar de commissie voorzag, dat een publicatie in de aangeboden vorm ten gevolge zou hebben, dat de beoordeling van de daden van het voormalige Dagelijks Bestuur in een scherper en ongunstiger licht zou komen te staan.
Evenwel, de zes voormalige bestuursleden hebben gemeend hun protest in ongewijzigde vorm over het gehele land te moeten verspreiden.
Ten gevolge van dit feit besloot de commissie in de volgende bladzijden alsnog het verweer aan het rapport toe te voegen en als antwoord hierop een meer gedetailleerde beschouwing te geven van hetgeen door het Dagelijks Bestuur van het N.R.K. in Den Haag gedurende de oorlogsjaren nagelaten is te doen ten behoeve van de politieke gevangenen in het buitenland.