E. M. van Moorst en het meisje Anneke Beekman. Alle Belgische vliegvelden en de grensposten zijn gewaarschuwd naar het tweetal uit te zien en tegelijkertijd wordt tevens het Institut de Ja Vierge des Pauvres in Banneux zwaar bewaakt.
RAADSELACHTIG.
Op een wel zeer raadselachtige wijze zijn Vrijdagnacht Amneke Beekman en haar verzorgster uit dit pensionaat verdwenen op hetzelide ogenblik, dat het voltallige parket van Luik met de rechter van instructie Lejeune aan het hoofd en twee Nederlandse rijks-rechercheurs zich aan deze inrichting vervoegden om de al vijl jaar vermiste Anneke hier weg te halen. Het gebouw was deze Vrijdagnacht bovendien volkomen omsingeld door gendarmerie, maar toen het parket korte tijd later, na toestemming te hebben verkregen van de moeder-overste, het paviljoen!je in de grote tuin betraden waar de vrouw en het meisje moesten zijn, vond men alleen nog sporen, die op een zeer overhaast vertrek wezen.
BEDJE NOG WARM.
Het bedje van het kind was nog warm, en het meisje moet zelfs geen tijd meer hebben gehad haar kousen en schoenen aan te trekken. Ze stonden in haar kamertje onder een stoel en in de hal hing het pas gestreken wollen jurkje klaar om Zondag tijdens de mis te worden gedragen.
De moeder-overste van het pensionaat weigerde een gesprek te beginnen over de plotselinge verdwijning van het nu reeds jaren gezochte kind. Een zuster was echter mededeelzamer. Ze vertelde hoe Anneke zes maanden had school gegaan op deze inrichting en dat mejulfrouw Van Moorst, coupeuse van haar beroep, naai- en verstelwerk voor de kinderen van de school verrichtte. Of zij hiervoor ooit loon had ontvangen wist de zuster niet, evenmin of voor het kind schoolgeld was betaald. En op de vraag, waarom nooit iemand gemerkt had, dat vrouw noch kind een Belgische identiteitskaart bezaten — een strafbaar feit in dit land — antwoordde ze: „Men heeft niet gedacht daarnaar te vragen." Meer tijd had de zuster niet, ze had het druk met het Zondagsbezoek in het pensionaat.
61