Moorst uit Hilversum, waar tijdens de oorlog Anneké Beekman was ondergebracht (welk kind „verdwenen" was, toen deze pleegouders het in '49 moesten af staan), niet meer in haar woning vertoefde en eveneens al onvindbaar was.
De gangen van de relaties van deze zusters werden nagegaan en ten slotte kreeg men sterke aanwijzingen, dat het gezochte meisje met de bewuste mej. Van Moorst onder valse namen in het Institut de Ia Vierge des Pauvres bij Banneux moest zijn.
OPSPORING.
Na de ontsnapping van de verzorgster met het kind heeft de rijksrechercheur Lodder zich de afgelopen 48 uur in België met de opsporing van het tweetal beziggehouden. Voorlopig echter is nog geen spoor ontdekt, maar in het gehele gebied rond Luik is een groot aantal politiemannen samengetrokken, die de omgeving nauwkeurig nazoeken.
De Belgische politie zoekt haar wegens het opgeven van een valse naam en het bezitten van valse papieren; de Nederlandse Justitie wegens het onttrekken van een minderjarige aan het wettig over haar gestelde gezag, waarop een maximumstraf staat van 9 jaar.
„WEGGELOPEN".
De nu verdwenen Anneke Beekman was tijdens de oorlog ondergebracht bij de zusters Van Moorst en een van deze zusters, mevr. Langedijk-van Moorst, kreeg na de bevrijding enige tijd de voogdij over het kind toegewezen. Later echter werd haar die ontnomen en het kind werd toegewezen aan de commissie Oorlogspleegkinderen.
Op die dag, 25 Februari 1949, was het meisje echter nergens meer te vinden. „Weggelopen", zei mevr. Lan-gedijk-van Moorst, en hoewel zij enige tijd in voorlopige hechtenis werd gehouden, heeft zij nimmer de verblijfplaats van het kind bekendgemaakt.
Toen zij vernam, dat Anneke Beekman door haar verzorgster op het laatste ogenblik aan de Justitie was onttrokken, was Zaterdagavond haar commentaar: „Dat vind ik leuk." Haar andere zusters hielden vol, dat de gezochte mej. E. M. van Moorst rustig en wel in haar woning in Hilversum verbleef, maar juist ergens anders op bezoek was.
59