130 ARON LAGUNA
Mevr. P a r e i r a.
Mit rede! (wrevelig naar het raam; met haar hand aan het hoofd). God-gód... wat 'n lawaai op straat!... Daar binne wij niet voor!...
Nathan (plagerig). Bij leve en welzijn wordt 't dis erreger me-frou. — Maar óch... 'n mensch went an alles!...
Mevr. P a r e i r a. Natuurlijk... nd de eerste vijf minute, an hange óók!...
Nathan. Heb u gehoord ? ...
Mevr. Par e i ra (verstrooid zoekend in een kast). Ik zié hier geen naaidoos, (tot Nathan). Wdt zeg je ?
Nathan (grinnikend en op ieder woord drukkend). Binne me gekóze, heuze... in de Kamer... twintig zükke taainagels van sociale...
Mevr. P a r e i r a (woedend). Ah!... geen gedachte!
Nathan (plagerig). Geen gedachte?... Leuges mit staarte denk u?... Vraag u maar an de Muijerstraat... td... bulletins van alle oorde... Td... 'n slordig beetje (geeft mevr. Pareira een handvol bulletins uit zijn achterzak. Zij leest gretig).