128 ARON LAGUNA
A r o n. Kan me niks schelen.
Nathan.
Nee, dié is goed! — Maar jij ken hém schele! — Nóh!... Je weet nooit alshoe 'n stuivertje vierkante ken ... Mot je zullie zien danse!... Kom ik op me autemepoote op je df!... Ouwer-wes Aroon ! (hij springt huppelend en klapt in de handen). ... Sjijn angléé !... (hij danst en zingt) ... tatém ... tatém ... tatém ... Rischersjéé... (hij verspringt weer en zingt) ... tatd... tatd... tdtd!... (raakt buiten adem).
A r o n (gedwongen meelachend, terwijl hij een enveloppe vouwt).
Oom, ik moet dat even naar de bus brengen — als vader komt zegt u...
Nathan.
San-sjenetje — ik zal 't wel goedmake — al vraagt ie me geregeld de kedages uit!
A r o n (loopt bij de middendeur tegen mevr. Pareira aan).
Pardon.
ACHTSTE TOONEEL.
Mevr. Pareira laat Aron door. Zij blijft bij de deur staan en kijkt de kamer in.
Mevr. Pareira (minachtend). O, Nathan !...