STIJN STREUVELS״ ׳MINNEHANDEL׳'. I39
den indruk van het gebeurende bij groepen, tot een plastisch punt-van-aktie saam te brengen, zoodat je van het overal om je heen vervliegende leven, de handeling vasthoudt tot 'n éénheid van gebeuren. — Daarvoor is noodig een ontzaglijk groot beeldend vermogen. Maar ook vooral een orkestraal levensgevoel, een vatten van gang, voorbijsnellend geluid en rhytmus, uit alle hoeken. Niet éérst mag verteld worden wat in dit, wat in dat, wat weer in 'n ander hoekje voorvalt, maar dadelijk moet daarvan de eenheid gezien, gehoord, gevoeld zijn, zoodat met groote trekken het leven ook in z'n eenheid van handeling vóór den lezer staat.
Zoodra de plastiek versnippert, is het epische vermogen van den schrijver aan 't wankelen. — Er mag niets vertéld worden vè.n de dingen. De groote bewegingslijn van het groepenleven moet zélf door de uiting heen trekken.
Dat is de allergrootste gave juist. Alles zien, en alles opvoeren tot eenheid. Het leven vasthouden, heel even in z'n kleurigen gang, en dadelijk weer wat er achteraan schuift of aandraaft. — In Zomerlief is alles episodisch, is niets tot één groot gebeuren saamgebracht.
In Joel is het epische element veel zuiverder gehouden. Daar verliest men onder 't lezen de