P. L. TAK, i)
Tak was een man van fijne levens- en schoonheidsinstincten; hij was zeer gevoelig en gelijkelijk van een groote, behoedzame objectiviteit en oordeels-nuchterheid. En toch zonder luchtige behaagzucht en allemans-vrindelijkheid. Ziedaar in enkele woorden eigenlijk de kern van Tak's innerlijk wezen. Een vechter vol hartelijkheid, een helper zonder hoogmoed, een innig-ver-trouwelijke, die met fijn-ironischen glimlach iemand een tandenstoker aanbood als hij den mond vol had over ander's gebreken. Een man met een breed rondomzicht in het woelige leven, zeer gevoelig, zelfs nu en dan geestdriftig, voor het menschelijk-mooi vooral diep ontvankelijk, en toch zonder heethoofdigheid, nuchter, koel-scherpzinnig, polemisch-vormelijk en welgemanierd; in vijanden de tekortkomingen en in vrienden de fouten objectiveerend. Een innerlijk-rustige en vredige mensch en peinzer, zoolang hij de rechtvaardigheid der dingen gang bepleitte, zonder wolfshongerige gretigheid zijn prooi aanblaffend en verscheurend.
Deze heele bundel herdrukken brengt Tak in zijn fijn-