!57
zuiverder in de leer als katholiek dan Balzac, — dan kent ge een waarborg voor d'Aurévilly's eerlijken toon. — Crepèt beschouwt zijn godsdienst-gedoe als arrivisme en materialisme van min allooi. De ruimte verbiedt me verdere weerlegging. — Slechts dit: Is er wel ooit een schrijver geweest met méér openlijk en verdekt gehouden satanisme, grinnikend, tartend satanisme, dan Balzac? Op zijn manier is Balzac een duivelsnatuur. Hij heeft in rooden gloed de Mephisto-vleugels uitgeslagen zonder kopje onder te zijn gegaan in zwarte kunst. Wat voor arrivisme en materialisme wordt aangezien, is in dezen reus vaak de hevigste minachting voor het laag-en klein-menschelijke. Er is neiging om hem te bezien als een held die de lont ontsteekt, heroïsch en zwaar gezwollen van pathos, terwijl hij toch precies berekend heeft, hoeveel passen hij doen moet om buiten het bereik der uitbarsting te hollen. — Dat is een stuitende dubbelzinnigheid. Balzac's natuur was een mengelingvan alles. Geslepenheid, berekenings-zucht en de hoogste en edelste onbaatzuchtigheid, ge vindt ze beide in zijn geweldig wezen. Ook zijn religieuze drang, teruggebracht naar zijn diepste natuur, heeft een prachtig-menschelijken oorsprong, die het besef en de doordringskracht zijner meeste beoordeelaars totaal ontsnapt. Zulk een leven is doorvoorbeelden van zeer grove en in-gemeene afmakerijen van Balzac's werk, spaart Lamartine, Saii. te-Beuve noch Jules Janin.