4°7
van een ouden arbeider, vroeger aan de zwaarste ploeg der suikerraffineerderij in de Moord- en Brandbuurt. Frans' hoofdliefhebberij bleven de duiven, de zang- en siervogels. Maar nu waren argeloos genoegen en speelsch vertier op duiven-plat of in huiskamer, broodzaak en gewichtige negotie geworden in een kelder-asyl. Vooral de staartwippertjes, de zangvogels met hun glinsterende kraaloogjes, gaven Scheendert de handen vol. Ze moesten kunnen rekenen op zorgzame huisvesting, omzichtige reiniging en bevoegde verpleging bij alderlei ongerief en grillige, vurige ziekte-gevallen. En hoeveel moeilijk-uitvoerbare dingen moest Frans Leerlap niet zélf nog leeren! Ja, hij ouwe duivenmelker,... van zijn braniekroppers, zijn slinkvliegers en breedborstige meeuwtjes, zijn tuimelaars, van zijn doffers, kirders en verliefde trekke-bekkers, wist hij al de grepen, streken, fijne of domme listen. Purperkropje noch kruldoffer wilden hem een loer draaien. En geen blind jonkje bleef achter bij het voederen. Maar den misvormden snavel van een grijzen roodstaart-papegaai kon hij niet dadelijk met de nijptang in zijn groeibaan terugwringen of koen met een vlijm galfje afsnijen tot op de klaarkronkelende worteling. En ook de vogelluis vermocht hij in zijn asyltje, waar bijeen-gedrongen, hok op hok stutte, niet in tien weken tijds mans te worden, al gebruikte hij tobbes met gloeiend zeepsop en al strooide hij de luizenpoeder gul de kooien en kooitjes door, gelijk Bromtol duur voer, wanneer hij pruttelde: een knaker op de markt gevonden te hebben. Toch wou Frans met het teederste geduld en met liefde onder al zijn bekoorlijke dieren en vliegertjes blijven werken. Wanneer de vloekende Nel met haar gildriftige zenuwstem, hem maar niet bang óp-joeg en zijn schuitje niet onverhoed liet volstroomen, dan zou Frans de heele ren wel stiekem beredderen en klaarspelen. Dan zou hij gekloft en voorspoedig kweeken, broeden, fokken én ... verkoopen. Al geschiedde het wégdoen van grootgebrachte dieren met verborgen hartzeer. Want Frans Leerlap kreeg en had al zijn beesten lief. Dat bleek nou eenmaal
Knaker: portemonnaie. — Oalfje: mes. — Moord■ en Brandbuurt: vroegere naam van bet Spaarndamkwartier,