322
ken en het ideeële verlangen dier proletaren als een uitzinnige warhoofderij verfoeide, als verdwazende begoochelingen hekelde, als een aanranding van het maatschappelijk gezag en de maatschappelijke orde beschouwde of ze als een vermetele anarchie, door misdadige omwentelingsdriften beheerscht, strafte en vernietigde in kiem? Zeker,... Manus wist uit zijn eigen vroeger onteerend-droef Nes-ploeteren, hoe deze klasse, door de huiveringwekkende koelbloedigheid waarin ze leefde, waarin ze genot en winst tot het alleronmenschelijk-scherpste uiterste begeerde, ook innerlijk zonneklaar bewees, dat ze het proletarische strijden en het proletarische bewustzijn in diepsten oorsprong-grond nooit scheen te kunnen vatten, noch met het zoete idealisme, noch met het nuchtere begrip. Al mijmerde Manus schuw voor zichzelf: waren zij nu in onbewustheid, blindgeborenen of geblinddoekten door het lot, die de voetzalving der armen zich in trotsch stand-behagen lieten welgevallen? Natuurlijk besefte Peet, dat het maatschappelijk tijdperk waarin de bezield-socialistische wereldhervormers uit het burgerlijk kamp gebiedend optraden, hun beginselen onwrikkelijk en vaak met zoo hevigen revolution-nairen gloed te formuleeren vermochten, ״rijp" moest zijn geweest om hen zóó tot de arbeiders, van angst en ontzetting bevangen, te laten spreken. Doch in ieder geval hebben zij het mysterie ondergaan: zich langzamerhand geheel van hun klasse-inzichten en vooroordeelen te kunnen afscheuren; in éérste vorming een zuiver-geestelijk proces, zoogoed als de Christus-kreet toenmaals: Wee u die thans verzadigd zijt, want gij zult hongeren! En dan, in de overwinning op klasse-gevoel, klasse-traditie en klasse-bewustzijn, nog het hoogere evenwicht overmeesterend tusschen geest, temperament en hartstocht. In aanvang werden zij de levende hersens en het hamerende hart van het proletariaat. Zij pijlerden hun ;leer op hün verlangen en hun haat! Zij beschreven het arbeidersleven in saämvattenden trant, openbaarden al de krenking, al