140
— Wél bekomme 't je, mazaal,... snerpte bits, geraakt, Sak terug.
Ironisch beet hij er bij:
— Néé, joü woorde hebbe 't zegel van Beth-Hammidrasch... Pedegóógem... 't hartje van marse-pijn!... Toe ie heb gesnurk, heb ie ereis op 'n nach 'n boekie van de Kebela op ze tes gekrege, van de beddeplankh getippeld... Nebbisj!... Zijn seigel!...
Salomon greep loos zijn weerbarstige bakkebaard-punten en krulde ze luchtig tusschen de plompe vingers. Zijn stem beierde onverstoord, met zware, lijzige galming, over Sak's wroetend sarcasme heen:
— Wat d'r de vorige maande is gebeurd... is... is... versta wél, adderoy... verschrikkelijk!... Geregeld de vuurlinie!... Attordide stane we d'r van!... Daar ken je hom of kuite van krijge... en buite-buite!... buite wat er nog op de wip staat mit Engeland en Ballefer... Ta... 't gaand over de Klaagmuur... dat gateisem!... Vertel mijn!... Versta wél...
Salomon slikte verbouwereerd. Een stukje druipend zuur glipte veel te haastig naar binnen. Hij hijgde en hoestte benauwd.
— Stt,... beval ineen dringend Josua, terwijl hij éven driftig met zijn vork tegen den bord-rand tikte. Hij hoorde de straatdeur slaan en den rappen stap van zijn zoon Bram. Het geluk hamerde Josua met een hartbons de keel in. Een ruk naar achter gaf hij zijn keppeltje. Hij zweette van aandoening. Zijn kindergezicht bloosde weer een oogenblik uit de vermagerende wanggroeven óp. Josua perste de rieten en pijnlijk-krakende stoel-armen wijder uit elkaar en hij lachte opgeklaard naar het verblufte snuit van broer Salomon.
— Monne,... zei hij nu plotseling goedspots, — Bram rende gejaagd en buiten-adem binnen, het keukentje in, om zich snel te wasschen, — jullie binne wél an t gazeere... dat mot ik zegge!... Jij heb als de mond vol van Palestine en van Ballefer, of hoe hietie?... as 'n ander nog de slaap in ze ooge heb... Jij bin nou eenmaal heel gróót in de polletiek en je heb kilemeters gelijk... Maar ikke, nebbisj... waasjviel van
Mazaal: geluk ermee. — Seigel: verstand. — Attordide (Port): verbijsterd. — Gateisem: minne lieden. — Gazeere: opnieuw gelukwenschen uitspreken.