414
s
manne.. dat is nou de fatsoenlijke ouë Gerrit Hassel! Wat 'n boef ! dat gaat vriendschappelijk met je om, zuipt je koffie, iedere dag, en besteelt je op de koop toe. —
Bij stukken en brokken haalde ouë Gerrit guldens, rijksdaalders en klein geld uit z'n zak, tusschen vuilnis en zand. En met verachting rukte de fotograaf 't geld uit z'n morsige bevende klauw.
De metselaars, witbestoven, met steen-rood bepoeierde petten en vale kielen, vloekten van verbazing en ontzetting. —
Dat hadden de kerels nooit gedacht, nooit durven denken.
— De sorrige.. de sorrige die d'r 'n mins daas moake, jammerde ouë Gerrit's stem, bang-listig voelend dat ie daarin 'n sterk ding voor zich had, nou heel Wiereland meelij met hem voelde. —
— Dat lieg je gemeene dief! barstte de fotograaf weer uit, rondziend overal, wat ie nog meer gestolen kon hebben, — je heb gestole.. al vóór dat je 't ongeluk met je oogst had.. Jij vroeg mijn 'n bakkie hier te magge drinke... en ikke gèk.. hep je altijd even vrindelijk behandeld... en jij bint blijve sluipe en stele.. tot ik met mijn persumsie kwam.. Allerlei dingen heb ik gemist.. Na en voor de kermis.. en altijd als jij geweest was.... En nou heb ik je op heeterdaad betrapt.. nou zijn er de bewijzen ! de bewijzen ! En nou heb ik je ! En wat heb je nóg meer ? geef op.. dief, schurk, schelm.... boèf.. boe-oèf! ! boè-oèf ! ! !
Beverig grabbelde ouë Gerrit in z'n jekker, en haalde 'r de koperen grooten knijper uit, legde 'm schuwtjes neer op den rand van 't toestel
— Al maar meer !— Nog wat ? hoonde de fotograaf, en ver-blufter keken de metselaars.
— Ja mannen ! dat verzuim van jullie zal ik vergoeden, 't is hier om 'n schurk te doen he ? Nóg meèr ! ? dreigde z'n pafkop, bleek-rood en z'n stem gilde heesch van uitzinnigheid. —
Ouë Gerrit keek al banger en huileriger. Er was inééns 'n huiver van angst op z'n gezicht gegrauwd, zoo èrg, dat de nerveuze opgewonden fotograaf schrok en vreesde dat ie dood zou vallen vóór 't toestel. —