142
Israëls waartegen dit werkje van Spoor het kon uithouden. Juffrouw Marius heeft gelijk. Dat is een naar sprookjes-luisterend kindje, dat is een meisjeszieltje, zoo fijn en teer doorvoeld, dat het bijna sym-bolisch-adellijk van argelooze kinder-psychologie wordt. Wat heeft Spoor toch voor fabel-mooie dingen en zachte verrukkingen in die stil-verwonderde kinderoogjes zien schitteren?
Neen Spoor symboliseert niet met bewuste verstandelijkheid. Hij legt er zijn spiritualiteit niet dik op, en verteederings-procedé's houdt hij er evenmin op na. Het is in alle ziels-eenvoud geteekend, maar zoo zacht, zoo voornaam, zoo aristocratisch van lijn-gevoel, en zoo innig-beminlijk van kinderbesef dat ge dezen man lief krijgt alleen reeds om 't ragfijn sentiment en de teederheid in dat innig-menschelijke, in eigen stille droompjes, tot kinderlevens-symbool van stille verwondering opgevoerde starende meisjeskindje.
Mijn bedoeling is niet om al het werk te bespreken. Ik zou u dan nog eens willen wijzen op zijn voelen van oud-leven in een dames-portret. Wat 'n charme is er bewaard en hoe mystisch toch getast naar het ontredderende raadsel van het oud worden. Deze vrouw zit onder de lamp te lezen, ze blijft vrouw, dame, en toch is er een vergroeiing naar het bezorgd-verzonkene. En ook even wijs ik nog op de zeer mooie en in uiterste subtiliteit neergedroomde teeke-ning van mevrouw Spoor, een profiel, broos en slechts in zachten adem van ingehouden sentiment neergezet, maar van een groote charme en een uiterste lijn-fijngevoeligheid; en van een dames-hoofdje dat wonderlijk-mooi uit de oogen kijkt.
Ik zeg u nogmaals ik zoek geen bewuste of onbewuste symboliek in zijn werk, maar er leeft in Spoor