90
grondt individu, staat, gemeenschap, maar vooral,... Eros, in winter- en zomerslaap! Alle kunst, als aesthetische levensuiting en gezindheden, bleef voor Dijkstra een soort van libido-bevrediging met symbolisch karakter. De oerdrift werd wel gesublimeerd tot een geestelijk begeeren, maar bleef, onafleidbaar, primitieve hartstocht. Men moest veel, veel zoeken in de afgrondelijke diepte van het Onbewuste, het ver-smoord-sexueele. Ieder maagdeke kan een spel in den nevel van het leven aanvangen als een meisjes-nayade,... maar tevens als geraffineerde vrouw, handig de slot en-horretjes van een bordeel openschuiven. ..
Piet-Pierre sprak scherp, snel en slagvaardig, onder feilen afkeer of sympathie. Hij was een voorstander van Freud, maar niet door dik en dun. Kon daarom het heete geblaas van dokter Van Dieren zelfs billijken. Hij hoorde erin hijgen den christelijken adem tegen den zondeval... Dijkstra vermeed geulen en verachtte den rhetorischen zwaai.
De meest verheven dichtkunst kon, naar Dijkstra's meening, in glorie en val bio-genetisch verklaard, tot in haar diepste symbolische wezen. Ook dwepende liefde en religie moesten naar de oerbron van mensche-lijke driften worden terug-opgespoord; de beschermende moederliefde zoo goed als de magische liefdesidylle tusschen twee jonge wezens, ook al stuitten wij op de Phallus-razernij. De dronkenschap van den zinnelijken hartstocht laat de menschen niet zichtbaar waggelen langs den weg. Maar ze moordt binnenkamers, onder een ontuchtig spel van Bachus-fluiten. Al zou het velen een besmeuren van heilige zaken toeschijnen. De kern van alle surrealistische kunst was: het hunkerend terugkeeren naar die oerbron; naar dat mysterieuze droomleven waar, volgens André Breton en Pierre Naville, de geheele nieuwe