eigen jubel-natuur onbelemmerd naar vóór; daar kon hij vrijuit keuvelen, spotten, studeer en en op zijn bijzondere wijze ook charmeeren als de levendigste troubadour.
Toch geloof ik dat het biographen-gesnater over de lieve ״Frau von Breuning" en zijn verknochtheid aan dien familiekring, een veel ménsche-lijker oorsprong heeft dan gezien, althans erkend wordt. Laten we in 's hemelsnaam ménschelijk vastgrijpen en niet, terwille van een zotte moraal-kuische legende, Beethoven's essentieelst passie-innerlijk wég-redeneeren. Men spreekt altijd met holle gewichtigheid van de reine vtiend-sc/iaps-gevoelens die Beethoven voor het lieve meisje Eleonore von Breuning zou gehad hebben, zonder liefdesentiment. Ik geloof daar geen zier van. Psychologisch lijkt mij juist het tegenovergestelde veel waarschijnlijker. Beethoven was wél en zelfs smoorlijk verliefd op Leonore. Nu
113