alleen niet uit dikke woorden kan opwerken. Het dramatisch-ontroer-de voorstellings-vermogen van een zeventienjarigen jongen, die uit aamborstigheid onmiddellijk, griezelig-romantisch, tering suggereert, mag vroeg-Byroniaansch lijken... in werkelijkheid bedreigde het donkerste levenslot zijn genie. Wilt ge spotten met dit ontroerend-gebrekkig Duit-sche taaltje, zoek dan ergens anders een proefveld voor ongure satyre. Woudt ge meenen dat dit sombere mannetje coquette en vinnig-fijne woordjes zou zoeken als stekelige voorntjes? Dacht ge dat hij briefjes kon schrijven met Louis-Quinze stijlsnoeperijtjes, zóó uit het Mozart-tijdperk der Weensche beschaving gestolen; zinnetjes als het getrippel van modieuze vrouwtjes die zichzelf uit hun contour gooien; briefjes, vol van terzettino-stemminkjes, waarin het woord gaat klinken als soer-dinenspel van neuriënde violen en ieder gedachtetje op een ariakrul
104