alleen eigen innerlijk leven, die toch in hoofdzaak hersenwerk schept. Slechts 'n enkelen keer klankt er 'n vrouwelijk woordje los. Maar ook dat dadelijk weer gesmoord. — Zelfs in 't gedeelte, — toch 't aandoen-lijkst uit 't gansche boek, — waar de schrijfster de geboorte van een nieuw leven verwacht, is de gedramatiseerde vreugde en angst als gemoedsbeweging weer half vermoord door de psychologische klankloosheid der vale zelf-redenaties. Het is een raadsel, dat een mensch op zoo'n toon, in zoo'n stijl, op die wijze, met zich zelf zóó lang kan bezig zijn. Het heele boek is in zijn verhaalgang terug te brengen tot dertig pagina's. — Het stille smartgebeuren, zoowel als de levens-angsten en onrusten erin uitgeschreven. — Erkend dient te worden, dat in dit werk fragmenten zijn van grootere gevoeligheid dan in Stille Wegen. Maar denk je dan weer aan Rousseau, die voor de helft niet zoo dor en pijnlijk-berekend 't smarteljjk-nerveuze van zijn ziekelijke onrust-natuur heeft gegeven, dan komt er weer iets korzeligs over je heen kruipen. — Als ook dit boek bedoeld is als groot dichtwerk van stil innerlijk leven, van zachte wijding doorzongen en door-schreid van sombere angsten en navrante gevoelens, waarin de melodieën van smart en melancholie elkaar omstrengelen en vervlechten, dan is al dadelijk de mislukking voor de hand liggend door den schijn-diepen stijl en de psychologische struktuur. Dan juist de Confessions als maatstaf, waarin de levende men-schenstem zingt, schreit, vertelt. De pijnigende zelfontledingen van E. S. uitgekluwd in een oneindige reeks
189