״VEERTIEN JAAR LITERATUURGESCHIEDENIS".
We beleven zeer wonderlijke dingen in ons literatuur-wereldje! Er is gisting en wrijving aan allen kant onder de oordeel-menschen. De felle bewogenheid van onzen tijd komt zelfs uit op het gebied der theoretische literatuur-critiek. Er is anarchie onder de beoordeelaars en anarchie onder de lezers. Onder de verschillende, zeer instemmende brieven, welke ik van my'n lezers over mijn Geertje-kroniek ontving, waren er twéé vooral heel typisch. Allereerst het schrijven van een onzer zéér vooraanstaande critici, waarin: »Ik ben het geheel met u eens dat het verdienstelijke werk (van De Meester) op overdreven manier is opgekamd. Er zijn ridicule aanprijzingen over verschenen.«— Dit van een zeer bekend criticus, den heer De Meester goed gezind. — Tweede schrijven van een particulier, hoogst ontwikkeld mensch, waarin: »Hoe kunt gij de aandacht vragen voor zulk een slecht boek, literair ook minderwaardig«. —Deze particulier maakt mij verder buitengewoon veel complimentjes, had van mij zeer zeker »zooveel lof niet verwacht.«
134