9i
het getalstelsel, volgens hetwelk de olifant rekent, waarmede ik meen, volgens hetwelk hem de tijd bewust wordt, dan kunt gij ook er van afleiden, dat naar beneden en naar boven het aantal dimensies van tijd en ruimte infinitesimaal berekend moet worden."
„En nu te moeten bedenken, dat ik u, Eumenia, niet reeds op aarde aan mijne zijde heb gehad! Vloek over mijn eerste jaar en alle eerste jaarlingen bij elkaar."
„Kalmeer u, geliefde."
„Gevloekt, semper crescendo, gevloekt, de slempers van...."
„Zoo gij zoo voort gaat, zal ik u moeten verlaten. In diesen heiligen Hallen,
Kennt man die Rache nicht."
„Vergeef mij.... dat ik zwak was en tegenover de dronkenschap mijn nuchterheid verloor."
„Zoo heb ik u lief en herken ik u weder, Horatio. Welnu, de stadia van het al-leven zijn door de Al-Macht verdeeld naar de dimensies. Daar elke dimensie van tijd en ruimte zijn eigen wetten heeft, begrijpt gij wel, dat er geen bewust onderling verband tusschen die dimensies kan zijn — hoewel zij organisch en formulistisch in elkaar en aan elkaar sluiten. Slechts u, in uwe dimensies verbrekenden of liever ontspannenden toestand, is het gegeven, inter-dimensiaal te verkeeren...."
„En te verkeeren met u, geestelijk beminde!"