Besluit.
Het eerste wat professor Leyden, toen hij de oogen opende bemerkte, waren de zusters Maria en Martha, dezelfde brave, trouwe verpleegsters, die samen al de vele dagen van zijn bewusteloosheid aan zijn ziekbed bij hem hadden gewaakt en voor hem gezorgd.
Hij sloot de oogen vermoeid, opende ze na een poosje en een zachte glimlach gleed streelend langs zijn mond, een zachte glimlach van geluk en herkenning.
Want voor zijn bed stonden drie zijner collega's.... zijn collega's, zijn echte, echte collega's, professoren van de faculteit der medische wetenschappen van de universiteit der stad Leiden.
„Hij heeft ons herkend en geglimlacht!" riep de oudste collega verheugd. Het was de collega, die de apenklieren in zijn lichaam had geplaatst.
„Hij is behouden!" zeide de tweede collega, die hem gedurende den langen narcose toestand had geobserveerd en behandeld.
„Hij zal een „otium cum dignitate" kunnen genieten, mijn dappere, humane en geleerde voorganger," zeide de derde collega, die op het denk-