194
en moordzucht in den mensch. Het werd als disharmonisch gevoeld, het lijden van Christus te verhalen, af te beelden of te bezingen, daar dit een naar den geest herhalen en herscheppen van dat lijden was en dus een anti-Christelijke, van moordzucht getuigende en moordzucht wekkende daad, welke Christus zelf zeker tegengegaan zou hebben.
De bestudeering van het Christendom, zijn ontstaan en zijn kenbronnen, in verband met voorchristelijke documenten, attributen, opgravingen, papyri, spijkerschrifttafels werd eveneens gevoeld als een disharmonisch bedrijf en van even weinig eerbied voor God en Zijn Boodschapper getuigend als het onderzoeken van het firmament met behulp van kijkers.
En ten slotte kwam men tot de overtuiging, dat men den Christus niet beter kon dienen, dan door inzichzelf zooveel mogelijk de Idéé Christus te ontwikkelen en Haar in zich op te nemen, zooals de tien geboden in de psyche van de Harmonischen tot zuivere levensmanifestatie was geworden.
Toen dan werd aangenomen, dat Christus dient, wie Christus liefheeft en dat degeen, die Hem het meeste liefheeft, Hem het meeste kan begrijpen.
De weg tot Het Begrip werd gevonden in de dienende liefde.