182
legde zyn oor op den bodem----luisterde aandachtig met
zijn scherp gehoor.... Dat was zijn paard____hij herkende
het aan ’t rhythme van ’t geklakkel der hoeven----
Maar de gedachte aan het geheim van den dood nam zoo zijn denken in beslag, dat hij niet zich bezighield met dat geluid, dat wellicht bevrijding kon beteekenen, maar bleef zweven met zijn gedachten in de ijle ruimten ver boven de aarde, waar de zielen konden zweven en zich van trap tot trap ontwikkelen tot hoogere volmaking.
Maar weer hoorde hij ’t geklikkeklak der paardehoeven en nu ook een zacht hinniken----
Ja... wèl was het zijn paard ... Zijn paard ... zijn trouw, goed, groot paard, dat zijn meester misschien kwam zoeken...
Zou het hem vinden ? Had het besef er van, dat hij hier in nood verkeerde? Hoe dikwijls nu al, gedurende de lange reis van de Renigo naar Nervië, had hij in gepeinzen gekeken naar dien grooten kop van zijn paard. En ook vaak had hij getuurd in de groote bruine oogen, zich afvragend wat die wilden zeggen, van welke ziel zij de spiegel waren. En welke gedachten huisden achter dat zware, groote been tusschen de twee ooren. In den haag van Lagdün waren witte paarden, die voor heilig werden gehouden en uit hun brieschen voorspelden er de priesters de toekomst. Wanneer de groote koningen en zelfs de hertogen gestorven waren, doodde men in sommige streken hun hengsten en verbrandde de lijken van de paarden tegelijk met die van hunheeren, opdat deze in ’t Walhalla hun lievelingsros weder zouden kunnen bestijgen. Hadden de dieren ook een ziel? Steeg hun ziel ook op na den dood, bevrijd van aardsche slaafsch-heid? Ging hun ziel ook van trap tot trap hooger in een voortdurende ontwikkeling de hoogste volmaking tegemoet?
Wat was de ziel? Leefde zij zonder lichaam----als een
wind of als een geur of als een zonnestraal?1)
En wanneer de dieren allen een ziel hadden, was dan
x) Wind, geur, zonnestraal — wj weten nü dat zy aan de stof gebonden zijn. Sogol kon dit niet weten.