91
want zoo het bedrog ontdekt werd wist hij, dat hem de marteldood wachtte____”
Zij zweeg en zal in gepeinzen, starend naar het brandende boschje, waar de vlammen zachtjes aan verminderden.
„En toen?” vroeg Sogol.
„Toen____ toen____ toen heeft men mijn arme moeder
dood in ’t bosch gevonden.... en zij was geteekend met het bloedige kruis, dat de wilde mannen in de borst van
hun slachtoffers kerven---- en de borsten waren haar
afgesneden en zij was geschoffeerd ....”
'„Dat had Maresag gedaan____”
„Ik mag het niet zeggen en niet doen zeggen----laat
ik nu zwijgen____Maresag is mijn vader, bedenk dat----
Maar di wilde ik dit zeggen, omdat ik er een ter wereld
moet hebben, die met mij mijn geheim draagt____Du weet,
wat men omtrent mij in de Renigo vertelde____Het ver
haal van de drachtige ree met de lichtende ster tusschen de ooren, de sprekende maan, de berg Wittewa, waar de kroon bewaard wordt____dat alles was leugen ... .”
„Dat is de oorsprong van onze mythen en sagen!” zei
Sogol bitter____ „Alles misdaad, leugen en bedrog____de
waarheid is zwart, zwart als de nacht____en het leven
is leeg, bodemloos____een vloek over het leven____”
„Daarom mijn geliefde, voelde ik zooveel eerbied en ontzag voor di, toen ik zag hoe dapper du waart en hoe
helderziend---- En daarom ook, daar du twijfelt, wil ik
twijfelen en daar du ontkent, wil ik ontkennen____want
ik heb di Hef, lief met een ontzaggelijken eerbied____
want moedig zijt di.... moedig boven allen, allen____
Toen ik door den slag van het drakenvuur werd teruggeworpen en onder den boomkruin lag, zag ik Haun vluchten
en toen zag ik dijn gezicht____dijn baard smeulde weg,
het vuur spoot rondom di op____maar in dijn oogen zag
ik geen schrik en dijn leden beefden niet____maar met
groote, vragende Mikken staardet di naar den wel, waaruit