187
den Sveef, die de oorzaak van ’t gevecht was geweest.
De Sfeven tilden hun gewonden voorvechter op en droegen hém weg. Maar ’t was gauw in de kampen bekend, dat Reri de Batouwer, den voorvechter geveld had en toen hy tegen den middag met vader en Tjeerd rondliep, wierpen vrouwen hem met bloemen en vaders stuurden hun jonge zonen naar hem om een vlok haar uit zijn oude schaaps-pels en een Semnonen-hoofdman liet Reri vragen of hy geneigd was ’t haar op te steken tot een knot en trouw te zweren aan zijn stammen, dan kon hy als Sveef worden opgenomen en voortaan Sfevenvoorvechter zijn.
Maar Reri sloeg de hooge eer af. Hy wilde zyn vader niet verlaten. Wie zou thuis ploegen en maaien en wie zou voor vader en moeder zorgen, als ze oud waren geworden?
„Batouwers verlaten hun land niet!’’ liet Reri fier antwoorden.
Doch den volgenden morgen kwam een bode van Mare-sag, den opperpriester. „Of de held Reri geneigd was te verschynen in ’t wapenhuis. Hij zou dan komen met zyn maagschap tegen den noen.”
En toen had Maresag Reri een prachtig kortzwaard geschonken en een bronzen helm en een jachthemd van koperen schakels met op de borst twee bronzen bukkels en hem benoemd tot wachter van de schat en lijfschutter van Harimona. Want er was veel gestolen door slechte lieden en men wist, dat de Batouwers een trouw en eeriyk volk waren.
Sigbert kreeg een nieuwen pels van marterbont en Tjeerd een lynwaad en Herebaeld een blauw wollen overkleed en een purperen broek. Zy mochten wonen in een loofhut en Maresag beloofde, dat Sigbert zeker een van de eersten zou zijn, die zijn smeekbede om een goeden oogst voor 't aanstaande voorjaar tot Harimona zou mogen richten. Zoo wachtten zy vol ongeduld den dag af, dat