267
Beheerscheres in ’t rijk van tinten, tonen,
Wier kunst en kennis ons houdt vast geboeid.
GRAAF Dl TOSCA
Wat zeit-ie van mij, den graaf di Tosca ?
BEATA (voortlezend)
Gegroet Beata, kind van vorstenbloed,
Neem aan de huldiging der fraaie kunsten,
Die zich verheugen om uw gijzellot.
Want met u gijzelde Modena vroed,
Der Muzen en Fortunas milde gunsten,
Daar schoonheid rijst, den kluisteren ten spot
GRAAF Dl TOSCA
Hij richt het vers aan de gravin di Tosca,
En ’t is bestemd voor onze hertogin,
Let op... die snuiter ruikt wat van de waarheid, De dochter wil hij en hij vleit de moeder ...
BEATA
Neen vader, dat is zoo een hoofsche zede,
Zoo’n dichter wil ons maar alleen beduiden,
Dat hij wel gaarne mijn protectie had.
GRAVIN DI TOSCA
Dat ’s jammer, het zou anders aardig wezen, Kwam je nu maar meteen hier aan den man,
En trouwde met zoo’n hooggeleerden schrijver.
GRAAF DI TOSCA Waarachtig niet, ze is nu hertogin,