En ’t allermeeste recht op d’ eersten aanspraak? DEMIPHO
De dichtkunst vrouwe is de allerhoogste,
Een blad papier, een pen en zie men schept.
Een kunstwerk vol gedachten en gevoelens.
Dat nog na eeuwen alle menschen dwingt,
Tot eerbied en bewondring voor den schepper,
En zooals men nog heden spreekt van Dante,
Spreekt men na eeuwen wis van Demipho.
GRAVIN Dl TOSCA
Hm ... Dante ... hmm . .. niet meer dan Dante .. ,
hm ... hm ...
Oprecht gezegd, ’k vind Dante wat vervelend.
(Zij geeft hem een wenk om ter zijde te gaan)
CRITO
De allerhoogste kunst mevrouw is schildren.
Palet, penseel, wat verf, een tooverstuk Gelijk, verschijnt uw beeltnis op het doek,
Maar schooner dan natuur u zelve schiep,
Want onze hedendaagsche kunst gaat ver,
Breng ons een knoflookwijf der groentemarkt,
Wier oogen tranen van haar sterke waar,
Wier mond van ’t schreeuwen wijd is uitgedijd, Zoodat haar oorlel twist krijgt met haar mondhoek, En middenin een neus als een charlotje,
Wij schildren haar op het geduldig doek,
Met oogen schuldeloos als van een engel,
Een kersrood mondje en een Griekschen neus,
Met zooveel kunstzin, waarheid en couleur,