195
Hem wenkt zij naar het verre Morgenland, Voorwaarts mijn ster, ik zie den weg u wijzen,
Wat Gode wil, de menschen moeten prijzen,
Vaartwel, en weest gelukkig in uw lot,
Mijn ster wijst naar omhoog, ik kom mijn God.
(De ster gaat voor hem uit. Hij volgt haar. De muziek in het paleis vangt weer aan). Scherm.
Einde van het vierde en laatste bedrijf.