9i
al de schwiejenieje helpen, zoodra ze uitgestudeerd was. . . Hij mocht niet zwaarmoedig zijn ... De toekomst zou rozen baren ... Pin hij mócht toch ook zijn ouden vader en zijn oude moeder dat pleizier niet weigeren . . . Hij kón ze het nog maar eenmaal gunnen. . . Een koopman, die méér dan een ton ’sjaars omzet, mocht wél eens een extra-tje zich veroorloven. . .
En luisterend naar het zacht-klagende vibreeren van de viooltonen boven, begon hij al te overleggen, wie tot de bruiloft zouden uitgenoodigd worden. . .