\Y O O R D E X L IJ S ï.
Beteekenis van cenige in dit werk voorkomende Hebreeuwsche, Jiddische of Bargoensche woorden.
Adan (Xedan).
Bruidschat.
Auggie......
Oogelijntje.
Balboos......
Oudste.
Bandcau .....
. Pruik.
Barmitzwa.....
Aanneming
Begijnd......
Aardig.
Bekowet.....
Eervol.
Berrieje......
Kraan.
Betoeg......
. Rijk.
Bolus......
Gebak.
Brioles......
Werkloos.
Broge ......
Zegensmeekbede.
Darrefleisch ....
Pekelvleesch.
De Kaap.....
Bloeitijd der diamantindustrie.
Gammer.....
Domoor.
Galles......
Toonbrood.
Gassene......
Bruiloft.
Gattes......
Armoedzaaier.
Gazzar......
Onreine.
Geilik......
Aandeel.
Geneiwes.....
Diefstal.
Gesjochte.....
Op droog zaad.
Gokker......
Dobbelaar.
Goochem.....
Slimmerik.
Goossen......
Bruidegom.