I 8 2
kwijt te worden. Hij had Bertels voorgesteld van de twee zaken er eéne te maken. Dat zou immers voor beide zijden voor-deeliger zijn, dan zich wederkeerig in den grond te werken.
Bertels en ook Hirschfeld hadden er wel ooren naar gehad en zij vroegen Molly, wat zij er van dacht. Molly had gedaan of zij 't ook niet zoo heel kwaad vond. Dietrich, die dadelijk gemerkt had, wie hier de beslissing zou nemen, had mevrouw Bertels een diamanten broche cadeau gegeven, had haar gevleid. zeggend dat hij, hoewel zij hem doodconcurreerde, respect had voor haar koopmanschap. Hij had haar geïnviteerd op zijn villa te Halensee bij Berlijn.
Zij toonde zich erkentelijk, beloofde van de invitatie gebruik te zullen maken, seinde Hirschfeld, dat hij naar Belijn zou komen, omdat Bertels in de zaak moest blijven. Zij logeerde veertien dagen bij de familie Dietrich, bracht een eigen kamenier mede, droeg een kapitaal aan diamanten, leefde op vorste-lijken voet. Zij had met haar kennis van de menschen en toestanden spoedig de vergulde armoede van het villa-leven van Dietrich doorzien. Hij was eens zelfs verlegen geweest om duizend mark. Zij liet door bemiddeling van Hirschfeld, die in al die dagen niet van haar zijde week, gelukkig was met de schoone, rijkgekleede vrouw in Berlijn zich te kunnen vertoo-nen. dankbaar voor de égards, die zij tegenover hem in acht nam, nauwkeurig informeeren naar den finantieelen toestand van Dietrich en diens compagnon. Toen wist ze genoeg. Het was „vuurwerk”. De vroegere zaak van haar vader in ’t groot. Zij nam met een innemenden lach afscheid van de familie Dietrich, revengeerde zich vorstelijk, door mevrouw Dietrich een Bech-steinvleugel te schenken.
Zij gaf Hirschfeld zijn instructies, verzorgde hem als een kind, ging met hem over Frankfurt naar Neuenahr. Zij kende Hirsc'nfeld's zwak, gaf hem volop gelegenheid met haar in zijn geboorteplaats te pralen, bezocht met hem zijn ouders, zijn familie, zijn kennissen en liet overal den indruk achter van een schoone, beminnelijke, royale dame. Bij ’t afscheid te Neuenahr huilde Hirschleld. ,,Je voeten wil ik kussen,» zeide hij. «Als jij eerder op mijn weg was gekomen, als ik jou getrouwd had, zou mijn leven anders zijn geweest. Ik heb vroeger gedacht, datje