Kalverstraat

Titel
Kalverstraat

Jaar
1905

Pagina's
368



„Nou moste we zoo meteen maar gaan trouwen Hannes-sie!» schertste Gerritje, maar in haar scherts uitend het toppunt van geluk, dat zij zich, aankleedend, had gefantaseerd. „Nou, wie weet?” meende Ricardi geheimzinnig.

„Ben je niet getrouwd?” vroeg Janssie.

„Ja . . . maar mijn vrouw is ziek, ligt in Duitschland ver weg. Kom ... jongens nou gaan wij ’ns naar ’t nieuwe winkeltje zien...” „Hier zijn de quitantie’s van de huur en den drank as je ze zien wil. ’t Is eerlijk hoor. D’r staat een rijksdaalder op. die is voor geleend geld, zie je, hij heit me een gulden voorgeschoten,, maar da’s al een half jaar heen en dan die gulden, dat is voor een spuitwaterflesch, die hebben de smeerlappe gebroken, toen we nog in de Nes waren. En de huisbaas heit een rijksdaalder méér genomen voor een gebroken ruit boven de voordeur, maar dat liegt-die smeerlap, want toe we d'r in kwamme was-ie al gebarsten en toen door t dichtslaan van de deur is-ie heele-maal gebroken, maar ’k heb 'm toch betaald om van alles af te zijn. En ik heb ’m meteen opgezegd en nou kennen we er uit. . . ’k Zal God danken hoor . . . Jissus Christus we hebben ons hier wat verdaan . . . Dan zat je den heelen dag, tot in den nacht en dan kwam nog een diender je tamponneeren en die mos je nog trakteeren en wat in z’n hand duwen, al had je zelf amper te eten gehad en as je dan tegen den nacht een klant kreeg en hij merkte, dat je geen man in huis had, dan ging-ie nog ruzie zoeken om de betaling en sloeg je boeltje stuk en riep moord, dat de buurt je anzag als een dievebende en we déjen de menschen niks, leien ze geen stroobreed in de weg. Hier achter in de Jorissteeg hebben we an een arme weduwvrouw die in de kraam lag nog dikwijls een potje eten of een stukkie vleesch gebracht, is ’t niet waar Janssie ?”

„Of ’t waar is... Nou, Hannessie Gód zal je 'r voor zegenen hoor. Waarachtig ’k ben verdaan van zoo’n goeie kérel as jij bent. Als ik nou toen ik jong was zoo’n ventje had te trouwen gekregen as jij, was ’r veel niet gebeurd.”

„Ja, ze hét véél beleefd Janssie. Ze hét in de doos ook gezeten en zoo onschuldig as ’n lam ... ik zeg je Hannes as 'n lam . . . D’r kwam een kerel bij ’r om een nachchie te passeeren en toen zeit-ie ’s morgens, nou centen heb ik niet maar hier

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.