73
kunst koopt, bestaat voor een aanzienlijk gedeelte uit snobs. Deze bezitten geen verstand en smaak genoeg om zelf, onafhankelijk, het schoone uit te kiezen, doch laten zich leiden door de mode. De kunstkoopers weten dat. De waarde van schilderijen bestaat niet in de werkelijke verdienste maar in de denkbeeldige verdienste, die daarin, in een zekere periode wordt gevonden. Vandaar dat, zoodra b.v. Corot’s schilderijen een artikel van smaak werden, tientallen slechte navolgingen van Corot’s schilderijen, van een valsche handteekening voorzien, voor even hooge prijzen gekocht werden als de echte. De Parijsche kunstgeschiedenis is rijk aan deze voorbeelden. Sommige «namen», eens gemaakt, blijven zich handhaven. Maar er zijn ook namen, die slechts gedurende een zekeren tijd waarde verleenen aan kunstwerken en nadat de mode voorbij is, gaat het met deze werken als met effecten van niet-solide maatschappijen.
Een der gevolgen van dit gebrek aan waarachtige kennis en waarachtig gevoel voor ’t schoone bij een gegoede bevolking, in een land, waar kunst-cultus traditie is, moet de bedorven critiek genoemd worden. Het is voor den kunstenaar, ook den waarlijk groote noodig, zich bekend te maken. De eenigste weg daartoe is exposeeren. De kunstcritiek en de onderscheidingen van regeeringswege moeten dan zorgen, dat op het tentoongestelde ook de aandacht wordt gevestigd.
Ernstige, groote kunstenaars, zooals Millet en Jongkind hebben jarenlang tevergeefs getracht, bekend en gewaardeerd te worden, omdat zij te eerlijk, te eenvoudig van harte, te rechtschapen en te fier waren om zelf voor de reclame van hun werk te zorgen. Het schilderen van «l’Angélus» is niet voldoende om te Parijs gewaardeerd te worden. Men moet daarbij de voorspraak hebben van een minister, een ministers echtgenoote, een ministers maitresse. Men moet vriendschappelijken omgang hebben met de reputatie-makende kunstcritici, die direct of indirect door geld of eerbewijzen moet gekocht worden. Het is een verkeerd begrip, te denken dat in tegenstelling met den toestand van den kunstenaar in de monarchie, in een republiek de kunstenaar onafhankelijk zou zijn. Ook daar eischt de regeering, dat de kunstenaar van haar politieke richting zij, wil hij, tijdens zijn leven door haar tot eer en aanzien komen.