Tognacca en Cossa . . . Zevenduizend gulden voor ’t schilderen van de pui bij David de Leeuw . . . maar dat is overdreven! > «Overdreven?» vroeg Mantua verbaasd. «Dacht je, dat Leo-nardi da Vinei minder zou gerekend hebben! Als ik het toch schilder en er voor betaald wil worden, moeten ze den heelen prijs betalen of ik schenk het..."
Doch Treesje liet hem allen arbeid opnoemen, die hij in de laatste jaren verricht had. In geen vijf jaar had hij bctaling-gevraagd.
„Het is toch ook gemeen van al die winkeliers. Geen enkele is je uitzichzelf eens komen betalen ... ze hebben allemaal om je gelachen, maar onderwijl van je geprofiteerd . . . Zoo zijn de menschen . . . Vader was héél eerlijk . . . Maar hij heeft je toch ook zijn winkels laten schilderen, je tijd en je verf aangenomen en er niets voor teruggegeven, meenend, dat je je tevreden stelde met een kistje sigaren en een kopje thee . . . Eigenlijk speculeerend op jou vereering voor mij
„Dat is voor hem een mislukte speculatie geworden!" lachte Mantua. „Hij heeft méér gegeven, dan ik . . ."
„Ja... ik ben wel nieuwsgierig, hoe 't met hem en met moeder en de kinderen gaat . . . Als wij nog eens rijk worden, zal ik voor ze zorgen . . . Dan zullen ze ons wel weer ontvangen ... Ze zijn nu eenmaal niet wijzer ..."
’s Middags had ze quitantie’s uitgeschreven. Zij had zelve een matig bedrag getaxeerd voor elke karwei van Mantua en toch, wanneer allen betaalden, na aftrek van de kleine verschotten, die Mantua ontvangen had en waarvan hij geleefd had, zou ze wel voor die vijf jaar zesduizend gulden moeten ontvangen.
Ze was den volgenden dag er met de quitanties op uitgegaan. Dat was een teleurstelling geweest! Allen zetten ze een verbaasd gezicht, hadden niet meer gerekend op de betaling van die post, waren ervan overtuigd geweest, dat Mantua die kleinigheid wel zou vergeten.
Maar Treesje hield voet bij stuk, vroeg of zij erkenden, dat Mantua het werk had verricht, bedisselde met hen een prijs, kwam overeen wanneer ze het zouden betalen. Zij ging ook moedig bij De Leeuw binnen. Die was eerst recht verbaasd geweest. Waarom Mantua eerst nu over geld sprak. Waarom