i 68
oogje op... óp mijn oudste jongen... die teekent zoo mooi.. . iij hebt invloed, jij bent vrij-ma^on . . . help 'm aan ’n goedkoope meester . . . dan zal ik voor jou bidden in mijn cel . . . bij 't lange leven van je ouden vader, God laat 'm honderd jaar worden . . . doe je best voor m’n jongen . . ."
Hij nam nu zijn laag hoedje al.
,,'k Heb mijn haar al laten knippen . . . dan hoef ik daar niet onder 't mes . . . denk je dat t zoo kort genoeg is r . . . Nou . . . dag David . . . dag David . . . God zegen je . . . doe wat voor mijn ongelukkig gezin . . . God zal t je vergelden ... Neem je mijn jongen ter harte ? . . 'k heb nog een stukje Twecds thuis ... als je 't kan gebruiken mag je 't laten halen . .. Dag David . . . Dag David . . ."
Hij drukte de hand van De Leeuw, zette zijn hoed op 't kaalgeknipte hoofd.
..Dag Maurits . . . Hou moed... ik zal doen. al wat ik doen kan . . ."
1 )at wist ik . . . daarom ben ik toch nog naar je toegegaan. .. ik heb eerst niet gedurfd ... ik wist niets van de bruiloft . . . veel simge . . . véél, véél simge ..."
1 iij liep de donkere, kille gang door, daalde het trapje af naar de voordeur.
David De Leeuw bracht de hand aan t hoofd. 1 lij rilde door 't gehecle lichaam. Het was hem of hij ‘t van zijn hoofd afgewende noodlot rakelings langs zich had voelen strijken. ,,God„ God... van zoon kleinigheid hing iemands levensgeluk af... ja. wél was het een reden om feest te vieren, als iemand met eere oud en grijs was geworden . . . Vader had gelijk gehad om zoo op 't vieren van zijn bruiloft te staan
Toen hij, nog altijd gedrukt en peizend, de deur van de feestzaal weer opendeed, werd hij met een hoerah verwelkomd. Ricardi zette een paar grootc voeten van papier niaché voor hem neer. Om hem heen, op de tonen van de muziek, dansten de gasten, hun voeten allen in de groote hèl rose papier-maché voeten gestoken, hotsend en gierend van pret, een boerendans.
..Kom... doe nu ook maar eens mee!" zei Halma, zelf ook met een paar papieren voeten aan.