154
,,Praat mij niet meer over je bruiloft. Mijn kop loopt er mij van om . . . Een mooi baantje, dat je mij hebt opgedrongen, ceremonie-meester! Als je mij nog eens met zoowat wilt plei-zieren! 'k Ben al van vanmorgen acht uur in de weer... k Heb het tafelbed op zijden zakdoekjes laten drukken ...”
En hij toonde een witzijden zakdoekje, bedrukt met het tafel-liedje en begon te zingen, op de wijs van Henri’s Drinklied:
Laat ons drinken;
Laat ons klinken,
Op Simon en Saar de Leeuw,
Want dit echtpaar,
Leefde voorwaar,
Nu te saam een halve eeuw!’’
Half boos, maar in zijn hart al weer goed, had De Leeuw toegehoord en zóó was Ricardi ceremonie-meester geworden. Maar hij kreeg een assistent. Nathan Souget had zich als tweede ceremonie-meester opgedrongen. Die had nog méér moeite gehad om aangesteld te worden. Zoodra hij gehoord had, dat er een bruiloft zou komen, had hij er over gepeinsd, hoe hij zijn moeder kon doen uitnoodigen. Plen heelen dag was hij stil en bedroefd geweest. Geen gijntje was over zijn lippen gekomen. Hij had slecht verkocht; zijn gedachten dwaalden tijdens het verkoopen af, zinnend op de middelen, die hij aanwenden zou, om zijn moeder te doen uitnoodigen.
,,Wat heeft Nathan?” vroeg David aan Hoevelman.
,.De bruiloft zit ’m in zijn hoofd.”
,,Wat heeft hij met de bruiloft te doen?”
Maar den volgenden dag was hij alweer stil en liet opnieuw klanten weggaan, zonder te verkoopen.
Toen riep David hem even alleen in de huiskamer.
,,\Vat heb je in de laatste dagen r”
,,Ach mijnheer . . . wat zal ik hebben . . . Iemand die zijn talles als zakdoek gebruikt, wensch ik t niet toe . . .”
„Spreek dan ... Is je moeder ziek ?. . .”
„Gelooft zijt Gij Eeuwige, onze God, koning des Heelals! Schepper aller werelden, alrechtvaardige in alle geslachten,