„En ik heb niets tegen hem oom. Integendeel, ik houd véél van hem, heel véél.”
Hij keek verrast od.
„Zoo . . . had dat maar eerder gezegd ...”
,,'t Is nog niet zoover om wat te vertellen. Er bestaat tus-schen ons nog niets. Maar als hij zich verklaart, zeg ik ja. En als wij trouwen vestigen wij ons zelven
Hij was geschrokken, maar had het niet laten merken. Die twee, beiden ijverig en geheel op de hoogte van ’t vak, zouden hem concurrentie kunnen gaan aandoen. Suzanne had wat geld en de fabrikanten zouden er tuk op zijn, die twee aan een zaak te helpen. Oppassen was de boodschap.
Suzanne nam nu Hirschfeld openbaar in bescherming. Hoewel zij beiden elkaar nooit over liefde gesproken hadden, hij haar nog altijd niet durfde tutoyeeren, toch was er een zeker samen-denken en samen-handelen tusschen hen. dat op een toekomstige intieme verstandhouding wees. En Suzanne durfde optreden. Den heelen dag was haar oog niet van Hirschfeld af. Beval hij iets, op zijn zachten, bedeesden toon en werd hij niet dadelijk gehoorzaamd, of speurde zij insolentie op ’t gelaat van den aangesprokene, dan, met haar wat krijscherige stem, herhaalde zij ’t bevel van Hirschfeld. Een oudere bediende had haar eens gebrutaliseerd.
«De Mof heeft je zeker te pakken gehad hè?» zei hij sarrend. Zij had een metalen touwkluwenhouder van de toonbank genomen en dien den man in ’t gelaat gegooid. Deze, met de bloedende wonde aan 't voorhoofd, was naar den patroon gegaan.
Maar daar was hij afgejakkerd. „Het moet nu voor den d . . . . r nit zijn met dat gekuip tegen Hirschfeld. Hij zou ze allen bij elkaar zijn deur uitsmijten. Hij wou niet meer met hun wissewassen lastig gevallen worden.
Dat was het begin van de zegepraal. Hirschfeld was er Suzanne dankbaar voor. Op een Zondagavond had hij het gewaagd haar tot een tochtje naar het Tolhuis uit te noodigen. Zij was medegegaan en daar, in een prieeltje, had hij haar voor ’t eerst durven kussen en haar zeggen, dat hij haar liefhad. Zij gaf hem het jawoord en zij spraken over de toekomst. Hij had niets, totaal niets overgespaard, hoewel zijn salaris verdub