Kalverstraat

Titel
Kalverstraat

Jaar
1905

Pagina's
368



ze weer recht in ’t mandje . . . „Kijk nu mijn arme kaalkopjes eens aan . . . Zijn jelui gevallen . . . ? Hebben jelui je pijn gedaan . . . ? Ja ... ? De baas is ook zoo dom ... de vrouw had jelui niet laten vallen . . . zoo . . . zoo . . . naast elkaar . . . jij heet Pietje ... en jij heet Jantje ... en jij heet Klaasje . . . zoo . . . allemaal weer netjes bij elkaar . . .

Hij zat nu bij haar. had zich weer hersteld, maar het zweet parelde op zijn voorhoofd en langs zijn slapen . . . Hij nam zijn groote, verweerd-grijze flambard af, streek zich door 't volle, dikke, maar peper- en zoutkleurige haar..."

,,'t Is toch verder dan ik dacht. . . wij zullen er lang over doen ... en misschien te laat thuis komen . . .”

,.Ben je moer"

..Neen . . . moe niet . . . maar ’t is mij zoo vreemd ... ik loop altijd alleen, zie je kind,    altijd alléén    . . ."

Opeens werd    het hem    te    sterk en in    snikken    uitbarstend,

het hoofd op de handen leunend, riep hij schor: . . .

„Altijd, altijd alleen ... O kind, kind, ik heb zoo n ongelukkig leven gehad . . . Ken halve eeuw' is er geen sterveling geweest, die om mij gemaaid heeft ... Ik had mij afgesloten van de wereld . . . misschien had de wereld zich van mij afgesloten ... Ik weet het niet . . . maar ik dacht, dat ik wel altijd alleen zou blijven . . . alléén zou sterven . . . want ik ben al een oud man ... en    nu . . . en    nu .    . . kindlief,    kindlief,    vergeef het

mij, vergeef het    mij ... ik    zal    het je niet    zeggen ... ik zal het

je nooit zeggen ... ik zal weggaan . . . heel ver weg ... ik zal afscheid van je nemen ... o ja . . . ik zal weggaan, weggaan Hij had even zijn betraande oogen naar heur opgeheven, maar verborg nu zijn gelaat in de handen, boog zich voorover en bleef zitten snikken.

Toen voelde hij de wiek van een engel, die langs zijn hals streek. Er was niet alleen een Moedermaagd, er bestonden ook engelen. Zachtjes ging een koele vleugel langs zijn hals . . . Nu gleed de wiek beschermend over zijn schouder. . . Hij hoorde nu een zacht ademen, dicht bij zijn oor. En toen, een vaste, klare, duidelijke en toch zachte stem :

«Mantua, mijn goeie Mantua ... ga nooit van mij weg . . . nooit. . . nooit 1 . . .»

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.