lekker van de planken af kwaad te doen. Er waren honderden menschen, die veel minder misdadig waren dan zij, en die maanden in de gevangenis zaten. Maar dat waren de stumperds. Zij was geen stumper. Jongen neen; zij was wat grootsch, wat geheels, zij was de incarnatie van het groote Beest uit den Bijbel, de incarnatie van Babylon.
Echtbreken, het vuilste en laaghartigste bedrijf waartoe een mensch kan komen, den bodem waarop een gezin, een toekomst, een menschenleven gebouwd is, ondergraven; kinderen, in de zwakke, prille jeugd den vader of de moeder ontnemen, ze een bevlekten naam en een vloekwaardige toekomst bezorgen en dan op de planken te gaan staan, bij voorkeurstukken te spelen waarin die echtbreuk op allerlei manieren aanlokkelijk en smakelijk en navolgenswaard wordt voorgesteld en dan door een heel land bewierookt te worden en alle tooneelschrijvers en tooneelspelers en speelsters, de heele bende met Raden van Beheer en al aan je onderworpen te maken. Je zonde schaamteloos de maatschappij in 't gezicht slingeren, je naam als een rooie vlag in de stieren-arena, heen en weer te zwaaien, in alle couranten de triomfeerende V te zetten, Vampa de echtbreekster, Vampa die kinderen vaderloos maakte, Vampa, die costumes en hoeden droeg dat de bourgeoises verkrompen van afgunst, was ze niet een echte dochter van Satan?
En tot het hof zou ze aan zich weten te onderwerpen. Het beschermheerschap van den Prins en de subsidie van de Koningin zouden gebruikt worden, opdat zij de Vampier, de schaamtelooze, de echtbreekster, triomfeeren zou over allen, die in Neder-