232
geweest bij een ongetrouwd jongmensch? Voor oneerlijke menschen is dit een zeer onfatsoenlijk iets, maar daar ik nu toch op het punt stond van ideaal-verliefd te raken, kwam het er niets op aan. Vier uur. Wat zou er in mijn leven veranderd zijn na één uur? Als Antoinette. ..
Er werd gebeld. Ik hoorde de gracieuse oude meid scharrelen in de keuken. Waarom draaide ze zoo. „Er wordt gebeld! Er wordt gebeld!!”, schreeuwde ik aan de trap. — „Ja, ja, mijnheer, ik bind mijn schort voor.” Ze slofte door de gang. Ik zat weer in mijn stoel, zenuwachtig met het boek in de handen. Stemmen-gemompel. Toen de ouwe, die de trap op kwam.
Klop, klop.
„Binnen!”
„Mijnheer daar binne twee dames voor u.”
„Twéé?”
„Ja meneer.”
„Twéé?” ...
„Jawel, een ouwe en een jonge.”
„Laat boven kommen.”
Weer stemmengemompel. Weer trapgekraak. Weer klop-klop.
Toen ging de kamerdeur open. Eerst een dikke, kleine dame. Toen een bleek, klein meisje.
„Mijnheer Falkland, ik ben maar zoo vrij geweest om mee te kommen. Mijn dochter heeft me gezegd, dat ze met u gecorrespondeerd heeft... Ze zei ’t net op ’t laatste oogenblikkie ... Ik vond het niks gepast, dat Antoinette alleen ging. . . Vind u ook niet?. . . Toen ben ik maar meegegaan” . . .
„Gaat u zitten.”